<

Wandelroute: Sal van Son

route

Sal van Son was Apeldoornse Joodse jongen van begin twintig. Volg zijn spoor als Joodse jongen die aan deportatie ontkomt.

1. Sal van Son

Sal van Son

De 23-jarige Sal van Son uit Apeldoorn was huisknecht in het Apeldoornsche Bosch. Hij woonde op kamers bij geneesheer-directeur dr. Lobstein.

Toen de ontruiming begon, belde de vader van Sal naar de inrichting. Met de woorden 'voorwaarts mars' gaf hij Sal opdracht het terrein zo snel mogelijk te verlaten. De landweg aan de achterzijde van het ApeldoornscheBosch heette De Voorwaarts.

Sal weigerde, waarop mevrouw Lobstein zei: "Je moet doen wat je vader zegt!" Ze verwijderde de Jodenster van zijn jas. Sal vluchtte via de weg die zijn vader had aangegeven.

 

Deze locatie was het woonhuis en de slagerij van Van Son, een bekende joodse familie uit Apeldoorn. De slagerij was leverancier aan het Koninklijk Hof en had veel joodse en niet-joodse klanten.

2. Apeldoornsche Bosch: terrein

Apeldoornsche Bosch: terrein

Dit is een van de meest indrukwekkende oorlogssporen van Apeldoorn. Hier stond de joods-psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch. Al vanaf 1909 kwamen joodse patienten uit heel Nederland naar Apeldoorn om hier verpleegd te worden. Er was ook een kinderafdeling voor moeilijk opvoedbare kinderen.

Voor de oorlog werkten veel Apeldoorners bij 'het bos' of 'het jodenbos': in de verpleging, in de voedselvoorziening, het gebouwenbeheer, de tuin. Maar van de Duitse bezetter mocht dat op zeker moment niet meer. Toen kwamen veel joden uit Amsterdam om te werken in de inrichting. Ook omdat ze dachten dat het hier veilig was. Want, ja, van de nazi's moesten de Joden naar werkkampen in Polen, maar daar had je toch niets aan deze geesteszieke kinderen, volwassenen en ouderen?

In de nacht van 21 januari werden alle patiënten, zo'n 1200 mensen, in vrachtwagens opgehaald, naar het station gebracht, en van daar naar Auschwitz gedeporteerd. Een deel van het personeel was net op tijd gevlucht. Ongeveer vijftig verplegers gingen mee in de trein. Zij werden samen met de patiënten bij aankomst in Auschwitz vermoord. 

Kijk ook naar: 

3. Woonhuis dr. Lobstein

Woonhuis dr. Lobstein

Hier woonde de directeur van het Apeldoornsche Bosch met zijn vrouw Alagonda en zoon Siegfried

Uit een brief van dr. Lobstein, geschreven op vrijdagochtend 22 januari 1943, 05.55 uur:

"Gisteravond kwam de heer Aus der Fünten met een groote troep S.S. mannen binnen. Hij deelde mij mede dat alle patiënten weggevoerd zouden worden naar een lazaret in Duitschland, dat de leiding van de inrichting door hem zou worden overgenomen. Het verplegend personeel zou in Nederland blijven. Pogingen om zwaar zieke en niet transportabele patiënten achter te kunnen houden, mochten niet gelukken, alles moest mee. Hoe het ons te moede was dat wij onze patiënten zoo in den steek hebben moeten laten, kunt U U indenken. Zoo juist hoor ik dat nog een aantal van ons verplegend personeel is aangewezen om met het transport patiënten mee naar Duitschland te gaan,waaronder onder anderen ook mijn zoon Frits. Het is mij moeilijk mijn gedachten te dienen op het oogenblik."

Dr. Lobstein werd met zijn vrouw via kamp Westerbork weggevoerd naar  het concentratiekamp Bergen-Belsen. Beide overleefden de oorlog niet. 

 

4. Holocaustmonument synagoge Paslaan

Holocaustmonument synagoge Paslaan

Voor de synagoge aan de Paslaan ligt een thorarol in zwart graniet. Daarop zijn 592 stuiters bevestigd, symbool voor het aantal Apeldoornse joodse burgers dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is vermoord.

De stuiters zijn verschillend van kleur en grootte. De kleinste verwijzen naar de omgekomen kinderen, de grootste naar de eerste dertien joodse mannen die naar Mauthausen werden gedeporteerd. Ook de groepering van de stuiters is verschillend, er zijn apart staande, kleine groepjes en grote, dichte groepen.

Hiermee doelt de kunstenaar, Tirza Verrips, op de geschiedenis van de deportatie: nu eens werden kleine groepjes opgepakt, dan weer menigtes en ten slotte nog enkelingen. De stuiters verwijzen naar de joodse gewoonte bij het bezoek aan een graf een steen achter te laten. De omgekomenen worden ook als individu herdacht: wie voor het monument staat, activeert een cd, waarna uit een luidspreker de namen klinken van de 592 vermoorde joodse burgers.

Het getal van 592 is gebaseerd op het onderzoek van S. Laansma uit 1979. Hij geeft de namen van de joodse inwoners van Apeldoorn en het joodse personeel van het Apeldoornsche Bosch. De patiënten van die inrichting zijn niet in dit getal begrepen; zij worden herdacht met het monument in het Prinsenpark. (zie Monument slachtoffers Het Apeldoornsche Bosch).

 

5. Apeldoornsche Bosch: monument

Apeldoornsche Bosch: monument

Hier worden de slachtoffers van de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch aan de Zutphensestraat herdacht. Aanvankelijk liet de bezetter hen met rust, maar op 20 januari 1943 werden ze allemaal opgehaald. 

Een trein met ongeveer 1300 patienten en personeelsleden vertrok via Westerbork naar Auschwitz. Ze werden allen bij aankomst vermoord.
Zo'n 150 personeelsleden zijn voor de ontruiming gevlucht; ongeveer de helft van hen overleefde de oorlog. De achtergebleven personeelsleden gingen op transport naar Westerbork en vandaar ook naar Auschwitz. Veertien van hen kwamen terug uit de kampen.

Het monument is in 2014 uitgebreid met twee plaquettes waarop alle namen van de vermoorde patienten en personeelsleden te lezen zijn.

Open deze route binnen Apeldoorn4045

Kaartgegevens ©2017 Google