terug

Marechausseemonument

Marechausseemonument

Dit monument herinnert aan de 118 marechaussees die in de oorlog omkwamen. Het is een nationaal monument.

Waarom staat het dan in Apeldoorn?

Omdat hier de opleiding van de Koninklijke Marechaussee is gevestigd, al snds 1913. Apeldoorn wordt daarom wel de bakermat van de marechaussee genoemd. De 118 marechaussees (en leden van het Korps Politietroepen) hebben allemaal hun eigen verhaal. Sommigen zijn meteen in het begin van de oorlog gesneuveld tijdens de gevechten tegen het Duitse leger, andere juist bij het einde, toen ze hielpen aan de bevrijding van West-Europa. Ook zijn er marechaussees actief geweest in het verzet. 

Dit monument bevat geen namen. Twee van hen kwamen uit Apeldoorn:

Marcelis van Bemmel
Hij was opperwachtmeester van de Marechaussee en sinds 1943 hoofdwachtmeester van de Staatspolitie. Hij woonde met zijn gezin op de Jachtlaan 138. Van Bemmel was actief betrokken bij het verzet in Apeldoorn en omgeving. Hij werd het slachtoffer van verraad. De Duitsers wisten dat hij lid was van een knokploeg en dat hij te maken had met de broers Westhoff, die wapens verborgen onder de kolenopslag in hun voorraadschuur (tegenover de kruidenierszaak van Westhoff op de hoek van de Eendracht en de Brinklaan). Kruidenier Westhoff was een maand eerder aan arrestatie ontsnapt en zat sindsdien bij het gezin van Van Bemmel ondergedoken.

Op 9 november 1944 omsingelden Sicherheitsdienst (SD)-agenten Jachtlaan nr. 138 en drongen het huis binnen. Westhoff probeerde te vluchten maar werd in de voortuin neergeschoten. De agenten arresteerden Van Bemmel en zetten hem in de Koning Willem III-kazerne gevangen. Van Bemmel moest uiteindelijk naar een Duits concentratiekamp: een buitenkamp van Neuengamme, Wöbbelin. De omstandigheden waren hier vreselijk.

Marcelis van Bemmel haalde de bevrijding net. Hij was echter ernstig ziek en werd overgebracht naar het Amerikaanse noodhospitaal in de cavaleriekazerne van Ludwigslust. Hij is daar in mei 1945 overleden. Van Bemmel liet een vrouw, drie dochters en een zoon na. Zij behoorden tot de genodigden bij de onthulling van het Marechausseemonument door prinses Wilhelmina op 26 oktober 1949.

Jan Schut 
Jan was 23 toen hij als marechaussee in het Apeldoornse verzet begon. Zijn vader woonde op een boerderij aan de Kuipersdijk, waar Joodse onderduikers in de geheime kelder onder de koestal zaten.

Jan Schut had in het verzet de bijnaam 'Jan met de motor'. Als wachtmeester van de Marechaussee had hij namelijk een motorfiets. Daarmee reed hij als koerier buiten diensttijd tussen Apeldoorn en het westen van het land - soms heel riskante wapentransporten. 
Door zijn marechaussee-uniform werd hij wel eens voor NSB'er aangezien. Dat kwam in het verzet alleen maar goed van pas, het gaf hem een goede dekmantel.

Maar op 30 september 1944 ging het mis. Hij kwam naar het huis van Narda van Terwisga om te overleggen over verzetswerk, en wist niet dat de boel verraden was. Lees verder...

 

 

www.apeldoornendeoorlog.nl

InfoFeiten Details Verhaal Foto's