terug

De Dwangarbeider

De Dwangarbeider

Eén van de kolommen van het stadhuis op de markt ziet er anders uit dan de overige. Een ijzeren ring op de grond voorkomt dat je je fiets er tegenaan kan zetten. Van dichtbij zie je een beeldje: dat is dit kleine monument, het heet De Dwangarbeider. Waarom staat dit beeldje hier? 

De eerste razzia

Het verhaal van het Marktplein begint op 29 september 1944. De Duitsers wilden een bevel in de plaatselijke krant afdrukken: de mannen van Apeldoorn moesten zich melden om verplicht te gaan werken. Maar verzetsmensen stalen die nacht de drukplaten zodat het bericht niet in de krant verscheen. Daardoor had het bevel nauwelijks effect. De Duitsers wilden 4.000 mannen hebben, maar er kwamen slechts zeven (anderen zeggen 36).

Uit wraak fusilleerden de Duitsers op 2 oktober zes verzetsmensen en twee geallieerde vliegers. De lijken werden op acht plaatsen neergelegd (zie gedenkteken 2 oktober 1944 Groot Schuylenburg).
Dit was bedoeld als afschrikmiddel want die dag hielden ze een grote razzia. 11.000 jongens en mannen werden uit hun woningen gehaald, of op weg naar hun werk opgepakt en afgevoerd naar het Marktplein. Na een ruwe selectie werden er ongeveer 4000 mannen geselecteerd. Zij moesten lopen naar de IJssellinie om daar te werken. Gelukkig kwamen de meeste na ongeveer vijf weken weer terug naar Apeldoorn.

De tweede razzia, naar Duitsland

Korte tijd later voerden de Duitsers de druk weer op: meer mannen uit Apeldoorn moesten voor hen werken! Op 2 december was er een grote razzia. De selectie leverde 4.500 mannen op voor de arbeidsinzet. 's Avonds werden ze in twee treinen naar Duitsland geladen. Daar werd de groep nader bekeken. De meeste mannen van veertig jaar of ouder mochten weer naar huis.

Kamp Rees

De anderen moesten lopen, via Emmerich, naar Rees, waar ze 's avonds laat aankwamen. Kamp Rees was ingericht in een oude dakpannenfabriek met open loodsen, een grote tent en een paar bijgebouwen. De open loodsen en de tent dienden als huisvesting. Die was veel te krap en men lag op te weinig stro. Tot overmaat van ramp veranderde dat al gauw in blubber en vette klei. Er was nauwelijks sanitair, geen licht en verwarming, te weinig kleding en voedsel.

In dit kamp en in het nabijgelegen Bienen waren mannen uit heel Nederland ondergebracht, onder wie ongeveer 850 Apeldoorners. Er waren ook buitenlandse krijgsgevangenen. In totaal ging het gemiddeld om een kampbevolking van zo'n 3.000 man.

Graven in de zware klei

De hele dag, ook zondag, moesten de dwangarbeiders graven aan kilometerslange tankgrachten van minimaal twee meter diep, bedoeld om de geallieerde opmars tegen te houden. Zelfs voor mensen die gewend waren aan zware arbeid, was dit niet vol te houden. Het werk ging door onder alle weersomstandigheden, regen, sneeuw, vorst. 

De behandeling door de kampleiding was zeer slecht: er waren speciale ranselhokken en voor het minste of geringste werd het weinige voedsel ingehouden. Er was een verschrikkelijke luizenplaag en ziekten grepen om zich heen. Pas na weken kwam er een piepkleine ziekenboeg met slechts vier verplegers en veel te weinig middelen. Vanaf januari 1945 stierven dagelijks negen mannen per dag. Tot 25 maart 1945 zijn 247 doden geregistreerd.

De executies rond de razzia's in Apeldoorn van 2 oktober en 2 december 1944,  en de ontberingen in kamp Rees hebben in totaal 79 Apeldoorners het leven gekost.

Zie ook de websites: De Verzwegen Deportatie - Apeldoornse Nachtmerrie in Rees en www.dwangarbeidersapeldoorn.nl

www.apeldoornendeoorlog.nl

InfoFeiten Details Foto's Meer